10 tips voor optimale drinkwaterhygiëne
Onbezorgd drinkwatergenot
1. Redenen voor kwaliteitsverlies
Een verslechtering van de drinkwaterkwaliteit kan onder meer optreden door de leidinginstallatie, door contact met ongeschikte materialen, stagnatie in minder gebruikte leidingsecties en/of ontoelaatbare opwarming. Als met deze factoren bij een drinkwaterinstallatie geen rekening wordt gehouden, wordt de groei van bacteriën bevorderd.
Dit kan tot gezondheidsschade en zelfs tot een gevaar voor lijf en leven leiden.
Leidingsystemen van SANHA® voldoen volledig aan de hoge eisen die aan het gebruikte materiaal worden gesteld. Afhankelijk van de toepassing en de samenstelling van het drinkwater bieden wij systemen van premium roestvast staal, koper, loodvrije, siliciumhoudende koperlegeringen en/of kunststof, die altijd een oplossing op maat mogelijk maken en een optimale bescherming van de drinkwaterkwaliteit garanderen.
Naast het gebruikte materiaal voor fittingen en buizen in drinkwaterinstallaties speelt ook de installatietechniek een zeer belangrijke rol. Naast de juiste keuze van hygiënisch verantwoorde materialen en installatiecomponenten is een op hygiëne afgestemde installatieplanning natuurlijk een basisvoorwaarde voor de kwaliteit, levensduur en duurzaamheid van een drinkwaterinstallatie. In de afgelopen jaren is op basis van wetenschappelijke onderzoeken steeds duidelijker geworden dat bacteriën uit het drinkwater voor veel meer infecties verantwoordelijk zijn dan tot nu toe werd vermoed.
Daarom moeten ingenieurs, verwerkers en exploitanten hun aandacht sterker op dit „microbiologische probleem“ richten om te allen tijde hygiënisch onberispelijk, zuiver drinkwater aan de tappunten zeker te stellen. De onderstaande toelichtingen moeten de planner, de verwerker en de exploitant een algemeen overzicht geven van de voor drinkwaterinstallaties relevante indicatorbacteriën, hygiënisch verantwoorde installatiemethoden en de vakkundige inbedrijfstelling.
2. Loodvrije drinkwaterinstallatie
Het belang van loodvrije materialen neemt door actuele regelgevende ontwikkelingen verder toe - en de noodzaak tot handelen is acuut. Met de herziening van de EU-drinkwaterrichtlijn, de herziening van de ECHA-lijst (zie hieronder) evenals de stapsgewijze, spoedige aanpassing van nationale regelingen worden de eisen aan materialen die in contact komen met drinkwater verder aangescherpt. Tal van tot dusver toegestane (koper)legeringen zijn dan niet langer toegestaan voor drinkwatertoepassingen en zelfs het op de markt brengen voor dit doel is niet toegestaan.
Planners, installateurs en exploitanten moeten met deze eisen nu al rekening houden bij nieuwbouw-, renovatie- en moderniseringsprojecten. Een tijdige overstap naar geschikte loodvrije materialen zorgt voor plannings- en investeringszekerheid, voorkomt latere aanpassingen achteraf en ondersteunt de langdurige naleving van wettelijke voorschriften, want een voorraadrotatie kan immers meerdere jaren in beslag nemen.
3. Indicatorbacteriën voor de beoordeling van de drinkwaterkwaliteit
Legionella
Colibacterie (E.coli)
Deze bacterie komt in de menselijke en dierlijke darm voor; in drinkwater hoort zij niet thuis. Toch zijn er steeds weer berichten over besmetting. Vooral in landelijke gebieden met hoge agrarische benutting kan het in het grondwater terechtkomen. De bacterie veroorzaakt onder meer maag-darmcomplicaties, blindedarm- en buikvliesontstekingen. Heel vergelijkbaar werkt een andere fecale bacterie, de enterokokken - zij hebben bovendien een bijzonder lange levensduur.
Pseudomonaden
Deze bacterie is een koudwaterkiem. Vooral slecht of zelden doorstroomde leidingdelen kunnen besmet zijn. Deze doen zich voor bij foutief geplande of oudere leidingsystemen (stagnatie). Gevaren: longontstekingen of urineweginfecties.
Biofilm
Biofilms zijn geen bacterie of afzonderlijke kiem, maar een laag die andere organismen van voeding voorziet. Daarom bestaat er ook geen grenswaarde voor biofilms, maar alleen voor bepaalde kiemen. Ze vormen zich binnen de kortste keren in elke leiding. Ze zijn niet in alle gevallen schadelijk voor de gezondheid. Integendeel, ze beschermen deels de binnenkant van de leiding en helpen zelfs om het water schoon te houden. De vorming en samenstelling van de biofilm hangt ook af van de pH-waarde en de watertemperatuur. Wel bevorderen ze ook de vestiging van voor de gezondheid gevaarlijke bacteriën zoals legionella (zie boven).
4. (Organische) materialen in drinkwaterinstallaties
- KTW-richtlijnen, die hygiëne-eisen voor kunststoffen en siliconen bevatten,
- Bekledingsrichtlijnen
- Elastomeerrichtlijnen
Smeermiddelrichtlijnen evenals de de-minimisrichtlijnen worden gebruikt om stoffen te beoordelen die in kleine hoeveelheden voorkomen en normaal gesproken niet in het drinkwater terechtkomen. Dit omvat katalysatoren en initiatoren, oppervlaktebehandeling van garens en weefsels, oplosmiddelen voor additieven en andere hulpstoffen.
De KTW-richtlijn wordt met ingang van 21 maart 2021 vervangen door de "Grundlage für die Bewertung von Kunststoffen und anderen organischen Materialien in Kontakt mit Trinkwasser". Vanwege de COVID-19-pandemie zijn de overgangsbepalingen echter met twee jaar verlengd. De beoordelingsgrondslag van het UBA voor metalen materialen is reeds bindend.
Met name bij het gebruik van organische materialen moet worden gewaarborgd dat hierdoor geen voedingsbodem voor micro-organismen ontstaat. Dergelijke organische materialen zijn bijvoorbeeld EPDM-afdichtingen. Alle door SANHA® voor afdichtingen gebruikte organische materialen ondergaan daarom regelmatig bij het MPA Dortmund de vereiste chemische en microbiologische onderzoeken volgens DVGW-werkblad W 270.
Hierdoor wordt continu gewaarborgd dat in de SANHA®-installatiesystemen uitsluitend materialen van de hoogste kwaliteit worden toegepast en dat een negatieve beïnvloeding van de drinkwaterkwaliteit is uitgesloten.
5. Optimale materialen & systemen
- stromingsgunstig ontworpen bochten,
- T-stukken en schroefdraad-aansluitstukken,
- wandbochten resp. wandschijven,
- dubbele wandschijven van de premiumoplossingen CuSi en roestvast staal
6. Intensieve samenwerking van alle betrokkenen
Eigenlijk wel. Toch kan het belang van samenwerking niet vaak genoeg worden benadrukt, want er moet niet alleen veel in acht worden genomen, er staat ook het een en ander op het spel.
Iedereen kent het fenomeen: alle betrokkenen werken eigenlijk goed samen, maar bij een onderdeel of deelproject gaat iedereen ervan uit dat de ander verantwoordelijk is of het wel regelt – en vervolgens regelt niemand het. Dit is echter gemakkelijk te voorkomen – en iedereen, of het nu planners, installateurs, bouwleiders of opdrachtgevers zijn – moet zich dat vooraf realiseren. Uiteindelijk geldt volgens het Infektionsschutz-Gesetz (IfSG) dat “water voor menselijk gebruik […] zodanig van aard [moet] zijn dat door het drinken of gebruiken ervan geen schade aan de menselijke gezondheid, met name door ziekteverwekkers, te vrezen valt”. De installatie omvat niet alleen de leidingen en fittingen, maar ook de afsluiters, wateropslagtanks, de tappunten, armaturen en nog veel meer. Het gaat om de juiste installatiewijze (bijv. lusinstallatie met dubbele wandschijven), het waarborgen van voldoende hoge temperaturen tijdens bedrijf, het naleven van een minimumperiode voor de waterverversing, geodetische hoogte, gelijktijdigheidsfactor enzovoort, en hiervoor zijn met name de installateur en de planner verantwoordelijk.
Drinkwaterverordening, DIN, DVGW, ZVSHK...
Daar komt bij dat de wetten, voorschriften en technische regels niet altijd volledig overzichtelijk zijn. Naast de drinkwaterverordening en DIN EN 806 gelden de DIN EN 1717 (bescherming van drinkwater tegen verontreinigingen) evenals in bepaalde gevallen – uiteraard niet in alle – nationale uitbreidingsnormen zoals de DIN 1988-100 tot -600. Daar komen nog bij DVGW W-regels, de VDI 6023, ZVSHK-merkbladen enzovoort.
Dan heeft het toch zin om niet te vertrouwen op één betrokkene en zijn olifantengeheugen, maar simpelweg navraag te doen. In het ideale geval is hiervoor een schriftelijk plan. Het belang van nauwe samenwerking wordt ook onderstreept door het feit dat een gebrekkige drinkwaterkwaliteit volgens de momenteel geldende drinkwaterverordening een strafbaar feit vormt. Daarnaast schrijft de DIN EN 806 (technische regels voor drinkwaterinstallaties) voor dat een installatie bij een berekende levensduur van 50 jaar aan de functionele eisen moet voldoen, geen schade mag veroorzaken en de gezondheid niet in gevaar mag brengen.
Alleen al hieruit vloeit voor elk type drinkwaterinstallatie de noodzaak voort om de grootst mogelijke zorgvuldigheid te betrachten met betrekking tot hygiënische aspecten – dus niet alleen in hotels, horeca, ziekenhuizen, verpleeghuizen of vergelijkbare installaties, maar ook in eengezinswoningen. Daarom geldt ook hier: wie praat, kan geholpen worden!
7. Vermindering van stagnatietijden
Vanwege het gebruikelijke gebruik zijn stagnatietijden in drinkwaterinstallaties nooit volledig te vermijden, maar bij correcte dimensionering en indeling van de leidingen en objectaansluitingen wel te minimaliseren. Hiervoor is het belangrijk het leidingsysteem vraaggericht te dimensioneren, zodat reeds in normale bedrijfsomstandigheden een voldoende verversing van het in het systeem aanwezige water kan plaatsvinden. Voorwaarde hiervoor is een exacte leidingnetberekening met inachtneming van de werkelijke lokale weerstanden en een voorgeschreven, aan het gebruikersgedrag aangepaste gelijktijdigheidsfactor [1].
8. Lus- en ringleiding
9. De hygiënisch verantwoorde dichtheidsproef
Daarin wordt ondubbelzinnig vastgesteld dat een dichtheidsproef met water niet mag worden uitgevoerd wanneer na de drukproef langere stagnatietijden te verwachten zijn, leidingen niet volledig kunnen worden geleegd, leidingen wegens vorstinvloed niet met water kunnen worden afgeperst, leidingen omwille van de bouwvoortgang moeten worden beproefd maar vervolgens nog niet in bedrijf kunnen worden genomen.
10. Dichtheidsproef met perslucht of inert gas
Gaat men ervan uit dat een dichtheidsproef in de regel moet worden uitgevoerd, zodat de leidingen uiteindelijk kunnen worden geïsoleerd en de uitsparingen kunnen worden gesloten, dan moet er in principe, ook bij de eengezinswoning, van worden uitgegaan dat er na de dichtheidsproef een langere stagnatiefase optreedt. Een hygiënisch verantwoorde dichtheidsproef is daarom alleen mogelijk in de vorm van een „droge beproeving” met olievrije perslucht of inert gas (stikstof of kooldioxide). Deze beproeving moet in twee stappen worden uitgevoerd, namelijk de dichtheidsproef (voorproef) en de aansluitende sterkteproef (hoofdproef). De dichtheidsproef wordt uitgevoerd met een proefdruk van 15 kPa (150 mbar).
De beproevingstijd bedraagt tot 100 liter leidingvolume minimaal 120 minuten. Voor elke verdere 100 liter leidingvolume wordt de beproevingstijd met 20 minuten verlengd. De gebruikte manometers moeten geijkt zijn en een afleesnauwkeurigheid van 0,1 kPa (1 mbar) mogelijk maken. De sterkteproef wordt tot en met een leidingafmeting van DN 50 uitgevoerd met 300 kPa (3000 mbar).
Bij leidingafmetingen groter dan DN 50 moet de proefdruk 100 kPa (1000 mbar) bedragen. De beproevingsduur bedraagt 10 minuten - gedurende deze tijd mag geen drukval waarneembaar zijn. Ook bij deze beproeving moeten de gebruikte manometers geijkt zijn en een afleesnauwkeurigheid van 0,1 kPa (1 mbar) mogelijk maken.
1] De basisgedachte van de gelijktijdigheidsfactor is dat niet in alle wooneenheden gelijktijdig de piekvraag wordt afgenomen.